Vlamspuiten: Autogeen poederspuiten

In een acetyleen- zuurstofvlam met een temperatuur van ca. 3.000 – 3.200 ºC wordt het spuitmateriaal in poedervorm nauwkeurig gedoseerd, gesmolten en verstoven. Dan volgt een warmtebehandeling op ca. 1050 – 1150 ºC, het insmelten of fusen.

Het autogeen poederspuiten principe

vlamspuiten - autogeen poederspuiten

Met autogeen poederspuiten, een vorm van vlamspuiten, worden metalen, legeringen en metaalverbindingen verspoten. Met een gas/zuurstofvlam tot 3.200 °C wordt poedervorming materiaal gesmolten en verstoven. Hiermee worden bijvoorbeeld de insmeltlegeringen nikkel-chroom en wolframcarbiden (de cobalt legeringen) verspoten.

Het resultaat is een metallurgische verbinding met een diffusiezone van enkele tientallen microns. De typische kenmerkende microporeuze lamellaire structuur van het koud spuitproces is niet meer aanwezig. De deklagen van autogeen poederspuiten zijn homogeen van structuur.

Spuitmaterialen

De lagen worden gemaakt op basis van Nikkel, Chroom of Kobalt, eventueel met toevoegingen van Wolframcarbiden en worden geleverd in een hardheid van Rc 30 tot Rc 75.
Het autogeen poederspuiten wordt voornamelijk toegepast voor het opbrengen van insmeltlegeringen.